De oorsprong van bloem en meel
Bloem en meel komen allebei van graankorrels, meestal van tarwe. Het graan wordt eerst gemalen tot meel. In meel zitten dan nog alle onderdelen van de graankorrel: de volkoren binnenkant, de donkere schil (ook wel zemel genoemd) en het kiempje. Meel heeft daardoor een wat grovere structuur en een lichtbruine of beige kleur. Voor bloem wordt het meel extra gezeefd. De schillen en de kiem worden uit het meel gehaald, waardoor er alleen het witte, zachte deel overblijft. Bloem ziet er daardoor veel witter uit en voelt fijner aan. Bloem is dus eigenlijk gezeefd meel, met alleen het binnenste van de korrel.
Structuur en smaak in je baksel
Het gebruik van bloem leidt meestal tot een luchtige, zachte structuur in baksels zoals cake, biscuit of witbrood. Dit komt doordat bloem vooral uit zetmeel bestaat en bijna geen vezels heeft. Het bakken met meel levert juist meer vezels, smaak en een stevigere structuur op. In volkorenbrood bijvoorbeeld zorgt het volledige meel voor die bruine kleur en de lichte, graanachtige smaak. Een pannenkoek van bloem is lichter van kleur en zachter, terwijl eentje met meel juist voller en wat zwaarder smaakt. Je proeft zo goed het verschil tussen bloem en meel in verschillende recepten. Ook ontstaat er door het gebruik van bloem minder korrelige kruimels vergeleken met de grovere structuur bij meelproducten.
Voedingswaarde en gezondheid
Een belangrijk verschil zit in de voedingswaarde. In meel zitten alle delen van het graan, dus ook de vezels, vitaminen en mineralen uit zemel en kiem. Die zijn grotendeels uit bloem gehaald, waardoor bloem minder voedingsstoffen bevat. Meel is daarom wat voedzamer en bevat meer vezels, wat goed is voor je darmen. Veel diëtisten zeggen dat vezels helpen bij een goede stoelgang. Door brood, pannenkoeken of koekjes te bakken met meel, krijg je dus meer voedingsstoffen binnen dan met gewone bloem. Meel bevat daarnaast langer houdbare gezonde vetten uit het kiempje, terwijl bloem minder vet bevat.
Wanneer kies je voor bloem en wanneer voor meel
Bloem is vooral handig wanneer je zachte, lichte baksels wilt maken. Denk aan witbrood, taart, biscuitdeeg, cake of fijne koekjes. Door de fijne structuur kun je met bloem hele luchtige en gladde deegsoorten maken. Meel gebruik je juist voor volkorenbrood, stevige pannenkoeken, ontbijtkoek en baksels die juist hun karakter krijgen van vezels en een uitgesproken graansmaak. Bak je liever gezonder, dan is meel de beste keuze. Voor wie op structuur let, kun je bij een recept soms de helft van het bloem vervangen door meel om wat meer smaak en vezels toe te voegen, zonder het baksel veel zwaarder te maken.
Veelgestelde vragen over het verschil tussen bloem en meel
- Hoe zie ik snel of ik bloem of meel in huis heb?
Bloem is altijd wit en voelt zacht aan tussen je vingers. Meel heeft een lichtbruine tot beige kleur en is wat grover. Je kunt bij meel vaak de kleine stukjes zemel zien. - Kan ik bloem en meel zomaar door elkaar vervangen?
Bloem en meel kun je niet altijd zomaar omwisselen. Bij sommige recepten wordt het baksel compact als je bloem vervangt door meel vanwege de vezels. Probeer het rustig uit of vervang de helft als je wilt experimenteren. - Waarom is bruin brood gezonder dan wit brood?
Bruin of volkorenbrood is gezonder omdat dit gemaakt is van meel met alle vezels, vitaminen en mineralen. In wit brood zijn de zemelen en kiemen verwijderd en zitten minder voedingsstoffen. - Waarvoor gebruik je meestal bloem en waar meel?
Bloem gebruik je vooral voor luchtige baksels als cake, witbrood of koekjes. Meel is de basis voor volkorenbrood, stevige pannenkoeken of ontbijtkoek, omdat daar juist de vezels en de volle graansmaak belangrijk zijn. - Zitten er gluten in zowel bloem als meel?
Zowel bloem als meel gemaakt van tarwe bevatten gluten. Deze zorgen voor de elasticiteit van het deeg. Wil je glutenvrij bakken, dan moet je een meelsoort zonder gluten kiezen zoals amandelmeel of boekweitmeel.